De rol van Munster ten tijde van de Vrede van Westfalen

Munster ten tijde van de Vrede
Munster ten tijde van de Vrede

High Resolution (158.8 KB)
Het gemeentebestuur rond 1640

In de 17de eeuw leefden ongeveer 10.000 inwoners binnen de stadsmuur. Ten gevolge van het toestromen van vluchtelingen tijdens de oorlogsjaren steeg het aantal tot 12.000. Jaarlijks werden twee burgemeesters en 22 raadsheren verkozen. Een juridische stadsadviseur zorgde voor de rechtshandelingen. De stadssecretaris was hoofd van de kanselarij, die verscheidene klerken omvatte. Het bestuur hield in zijn beslissingen rekening met de invloedrijke gilden. Twee "Alderleute" bestuurden alle gilden. Bij bijzondere problemen raadpleegde het bestuur een burgercomité.

Tijdens de oorlog

Tijdens de Dertigjarige Oorlog verkeerde Münster slechts één keer in gevaar: in juni en juli 1634 belegerde hertog Georg von Braunschweig-Luneberg de stad met troepen uit Luneberg, Zweden en Hessen. Het hoofdkwartier lag in Amelsburen. Midden juli werd de belegering zonder enig succes afgebroken. Deze belegering zou de enige ernstige bedreiging van Münster blijven. De omgeving werd echter volledig verwoest. Ook in de periode toen Munster neutraal was, werden voor de stadspoorten boerderijen en kloosters overvallen.

De stad van de vredesonderhandelingen

In het "Hamburger Präliminarvertrag" van Kerstmis 1641 waren Munster en Osnabruck reeds voor de vredesonderhandelingen uitgekozen. De Reichshofrat (titel voor een hoge ambtenaar) Johann Krane verklaarde Munster pas op 27 mei 1643, Osnabruck op 4 juni tot neutraal gebied. Hij kondigde aan, dat Munster zich op de komst van ongeveer 10.000 mensen, de vredesdiplomaten en hun aanhang, moest voorbereiden. Maar aangezien niet elke diplomaat zo`n groot gevolg als de Duc de Longueville had (bijna 160 begeleiders, dieners en lijfwachten) bleef het aantal nieuwkomers toch enigszins beperkt.

Munster was tijdens de onderhandelingen ontheven van de verplichtingen tegenover de keizer en de vorstbisschoppelijke regering. De stad kreeg zelfs de jurisdictie over het lagere personeel van de gezantschappen. Johann von Reumont, tot dan keizerlijke kolonel, werd stadscommandant. Onder zijn bevel stonden vier compagnien (samen 1200 man), wiens aanvoerders de eed op de stad afgelegd hadden. Ook de "Bürgerfahnen" kwamen onder bevel van Reumont. Dat waren burgers in staat om de wapenen te dragen, die ten dienste van de ceremonie of voor de bewaking ingezet werden.

De stadsadjudant had, als bevelhebber van de stadshuisboden te paard, de stads- en poortwachters, de politiebevoegdheid. De "Bottmeister" waren voor de bewaking van vreemdelingen en bedelaars verantwoordelijk, alsook voor de reiniging van de straten en voor het bekendmaken van de beslissingen van de raad.

Reeds bij het begin van de onderhandelingen werd op de Prinzipalmarkt een rijkspostkantoor ingericht. De onderhandelende partijen moesten immers voor afstemming en volmachten steeds ruiters naar de betreffende hoofdsteden sturen. Maar zelfs koninklijke vrijbrieven garandeerden niet altijd de veiligheid van de ruiters, en zo werd naar vele boden lang en vol verwachting uitgekeken. De reis naar Parijs en terug bijvoorbeeld duurde tien dagen, die naar Madrid zelfs 40.

Deze moeizame communicatie was mede oorzaak van de lange duur van de onderhandelingen. Maar ook de communicatie tussen de gezantschappen in de stad onderling, gehinderd door een streng protokol, verliep net zo omslachtig. In tegenstelling tot wat het grote vredesschilderij van Gerard ter Borch doet vermoeden, werd niet samen in één grote kamer onderhandeld. Veeleer werden talloze gesprekken gevoerd, waarbij slechts enkele afgevaardigden van de oorlogspartijen en een of twee bemiddelaars aanwezig waren.

Het bestuur trok kermisgasten, koorddansers, acrobaten en toneelspelers aan om de wereldse gasten te amuseren. Er was een openbare loterij, de "Glückshafen", en er vonden talrijke muziek- en dansvoorstellingen en recepties plaats. De Reichshofrat Krane had reeds in 1643 in de kwartiervoorschriften geregeld, dat er voor het "lichtzinnige vrouwvolk" bijzondere woningen beschikbaar gesteld werden. Ondanks het rijke aanbod aan amusement konden in het bijzonder enkele zuidelijke diplomaten slechts moeilijk aan het koele klimaat en de karige voeding wennen.

De stad had problemen om voor de regelmatige aanvoer van levensmiddelen te zorgen. Om de prijzen enigszins stabiel te houden, legde het bestuur de prijs voor vlees vast, werd de vrije verkoop gecontroleerd en werden er gaarkeukens ingericht. Daarnaast kwamen er afzonderlijke markten voor vis, vlees en groente, en speciale verkooppunten voor boter en kaas. Ondanks de pogingen en de inspanningen van het bestuur stegen de prijzen van de levensmiddelen. De toestroom van buitenlanders en vluchtelingen, en de tolheffingen door de oorlogsvoerende partijen hadden een prijsverhogende werking. Zo werd Munster een van de duurste steden van Duitsland.


[Top]


| HOMEPAGE | EVENEMENTEN | VREDESNETWERK | VISIE | DIMENSIES | GASTBOEK | RONDLEIDINGEN | PERSFORUM | OORLOG | VREDE | PERSONEN | TIJDSBAND | SITEMAP | ARCHIEF | E-MAIL | IMPRESSUM |

© 1998 STADT MÜNSTER - Projektgruppe 1998 in Zusammenarbeit mit dem Presse- und Informationsamt
Realisation: agenda media Agentur für interaktive Medien GmbH